Korte historie van permacultuur

Permacultuur ontstond in de jaren ’70 in Australië, ontwikkeld door Bill Mollison en David Holmgren. Het woord komt van permanent agriculture (later ook permanent culture). Ze zochten naar duurzame alternatieven voor de industriële landbouw, die veel schade toebracht aan bodem, ecosystemen en gemeenschappen.
Permacultuur combineert kennis uit ecologie, traditionele landbouw en systeemdenken, met als doel veerkrachtige systemen te ontwerpen die samenwerken met de natuur in plaats van ertegenin.

De kern rust op drie ethische principes:

  1. Zorg voor de aarde

  2. Zorg voor de mens

  3. Eerlijk delen (grenzen stellen aan consumptie en overschotten delen)

Permacultuur sociaal toepassen

Permacultuur gaat dus niet alleen over tuinen 🌱, maar ook over hoe we samenleven.

Sociaal kun je permacultuur toepassen door:

  • Gemeenschappen te ontwerpen als ecosystemen: ieders talent wordt gezien als een waardevolle “functie”.

  • Zorgstructuren op te bouwen waarin mensen elkaar ondersteunen (bijv. buurtinitiatieven, gedeelde zorg, ruilsystemen).

  • Besluitvorming te baseren op samenwerking i.p.v. hiërarchie (zoals sociocratie of consensus).

  • Lokale veerkracht te versterken: samen voedsel verbouwen, kennis delen, gezamenlijke ruimtes beheren.

  • Energie lekken te verminderen: conflicten zien als feedback, niet als falen.

Kort gezegd:

Sociale permacultuur vraagt: hoe creëren we menselijke systemen die net zo divers, zorgzaam en zelfregulerend zijn als een gezond ecosysteem?